Bestemmingsplan Rijksstraatweg 237, 239 en 239A Hurdegaryp

Artikel 4 Bedrijf - 2

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijf – 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
A.   een hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken ten behoeve van:
1.         bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder categorie 1 en 2, met uitzondering vangeluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven;
2.         een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding “bedrijfswoning”, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;

met daaraan ondergeschikt:
B.   een bedrijfskantine;
C.   groenvoorzieningen;
D.   parkeervoorzieningen;
E.    speelvoorzieningen;
F.    wegen, straten en paden;
G.   water;
H.   openbare nutsvoorzieningen;
I.     productiegebonden detailhandel, met uitzondering van detailhandel in voeding- en genotmiddelen;

met de daarbij behorende:
J.     tuinen, erven en terreinen;
K.   overige bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde.

4.2 Bouwregels

4.2.1 Hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken
A.   Voor het bouwen van de in lid 4.1 genoemde hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
1.         een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk zullen binnen een bouwvlak worden gebouwd;
2.         ter plaatse van de aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” zal de goothoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven goothoogte, de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste de in die aanduiding aangegeven bouwhoogte en het bebouwingspercentage van een bouwvlak ten hoogste het in die aanduiding aangegeven percentage bedragen, met dien verstande dat voor niet inpandige bedrijfswoningen:
a.                de goothoogte ten hoogste 4 m zal bedragen;
b.               de bouwhoogte ten hoogste 9 m zal bedragen.
B.   In afwijking van het gestelde in lid 4.2.1. onder A. mogen bestaande gebouwen met een grotere goot- en/of bouwhoogte dan vermeld in de in lid 4.2.1. onder A. sub 2. genoemde aanduiding worden hersteld, verbouwd of vervangen, mits:
1.         de goot- en/of bouwhoogte niet meer bedraagt dan die van het te herstellen, verbouwen of vervangen bestaande gebouw.

4.2.2 Overige bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde
A.   Voor het bouwen van de in lid 4.1 onder K. genoemde bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde, gelden de volgende regels:
1.         de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen;
2.         de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen bijbehorende bouwwerken zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:
a.                de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen;
b.               de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen.

4.3 Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
A.   lid 4.2.1 onder A. sub 2. en toestaan dat van een niet-inpandige bedrijfswoning de goothoogte ten hoogste 8 m en de bouwhoogte ten hoogste 12 m zal bedragen;
B.   lid 4.2.1 onder A. sub 2. en toestaan dat van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, niet zijnde een niet-inpandige bedrijfswoning, de goothoogte en de bouwhoogte ten hoogste 15 m zal bedragen.

4.3.1 Algemene criteria afwijken van de bouwregels
A.   Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 4.3 onder A. bedoelde mogelijkheden tot afwijking van bouwregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
1.         het straat- en bebouwingsbeeld;
2.         de milieusituatie;
3.         de woonsituatie;
4.         de landschappelijke waarden;
5.         de cultuurhistorische waarden;
6.         de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
B.   Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 4.3 onder B. bedoelde mogelijkheden tot afwijking van bouwregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de criteria zoals genoemd onder 4.3.1. onder A. en geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
1.         de verkeersveiligheid;
2.         de ontsluitingssituatie;
3.         de parkeersituatie.

4.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
A.   het gebruik van de in lid 4.1 onder A. genoemde bouwwerken en gronden voor bewoning, tenzij de gronden zijn aangeduid als “bedrijfswoning”;
B.   het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorie 1 en 2, met dien verstande dat het gebruik van de gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding met een specifieke bedrijfstypering ten behoeve van die specifieke bedrijfstypering ook is toegestaan;
C.   het gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
D.   het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, met uitzondering van productiegebonden detailhandel, niet zijnde detailhandel in voeding- en genotmiddelen, met dien verstande dat de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de productiegebonden detailhandel niet meer bedraagt dan 10 % van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bedrijfsgebouwen op het bouwperceel, met een maximum van 25 m²;
E.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen.

4.5 Afwijken van de specifieke gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
A.   lid 4.4 onder B. en toestaan dat de gronden en bouwwerken ook mogen worden gebruikt ten behoeve van bedrijven, anders dan die welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorie 1 en 2, mits:
1.         die bedrijven naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen zijn.
B.   lid 4.4 onder D. en toestaan dat de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van de productiegebonden detailhandel niet meer bedraagt dan 30 % van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van het aanwezige hoofdgebouw en van de bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel, met een maximum van 250 m², mits:
1.         de productiegebonden detailhandel betrekking heeft op volumineuze producten;

4.5.1 Algemene criteria afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 4.5 bedoelde mogelijkheden tot afwijking van de specifieke gebruiksregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
A.   de milieusituatie;
B.   de woonsituatie;
C.   de landschappelijke waarden;
D.   de cultuurhistorische waarden;
E.    de archeologische waarden;
F.    de natuurwaarden;
G.   de verkeersveiligheid;
H.   de ontsluitingssituatie;
I.     de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Functieverruiming/ - beperking bestaande functie(s)
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
A.   de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak wordt vergroot dan wel de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits de vergroting ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwvlak zal bedragen;
B.   in een bouwvlak in een aanduiding “maximale goot-, bouwhoogte (m) en maximum bebouwingspercentage (%)” een ander bebouwingspercentage wordt aangegeven, mits de bestaande oppervlakte aan hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken met ten hoogste 15% kan worden vergroot.

4.6.2 Algemene criteria
Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 4.6.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheid indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
A.   straat- en bebouwingsbeeld;
B.   de milieusituatie;
C.   de woonsituatie;
D.   de landschappelijke waarden;
E.    de cultuurhistorische waarden;
F.    de archeologische waarden;
G.   de natuurwaarden;
H.   de verkeersveiligheid;
I.     de ontsluitingssituatie;
J.     de parkeersituatie;
K.   de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;

en mits er sprake is van:
·        voldoende parkeergelegenheid welke in stand wordt gehouden, overeenkomstig de normen in de beleidsregels uit bijlage 2 van het GVVP. Als deze beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

Artikel 3 Agrarisch - Cultuurgrond

3.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch – Cultuurgrond’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
A.   cultuurgrond, zowel voor bedrijfsmatig als hobbymatig agrarisch gebruik;
B.   sloten, bermen en beplanting;
C.   het opwekken en opslaan van energie door middel van het omzetten van zonlicht in elektriciteit en/of warmte met gebruik van zonnepanelen, met de daarbij behorende voorzieningen, ten behoeve van de directe energievoorziening van het naastgelegen bedrijf, ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'Zonnepanelen';

met daaraan ondergeschikt:
D.   paden en wegen;
E.    groenvoorzieningen;
F.    water;
G.   het recreatief medegebruik;
H.   waterhuishoudkundige voorzieningen;
I.     openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:
J.     bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder kunstwerken.

3.2 Bouwregels
3.2.1 Bouwwerken, geen bouwwerken met dak zijnde
Voor het bouwen van de in lid 3.1 onder J. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
A.   de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen;
B.   de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen.

3.2.2 Specifieke bouwregels
Ter plaatse van de aanduiding 'Zonnepanelen' zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van zonnepanelen met de daarbij behorende voorzieningen toegestaan, met dien verstande dat:
a.                er één type zonnepaneel wordt toegepast;
b.               er één plaatsingssysteem wordt toegepast;
c.                de zonnepanelen in dezelfde richting worden geplaatst, zijnde gericht op het zuiden, ofwel in oost-west-opstelling; en daarbij tevens parallel aan of haaks op de verkavelingsrichting;
d.               de bouwhoogte niet meer dan 2,10 m bedraagt;
e.                de hellingshoek maximaal 25° bedraagt;
f.  het kleur- en materiaalgebruik eenduidig is.

3.3 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
A.   het gebruik van de gronden en bouwwerken voor het opslaan van mest;
B.   het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
C.   het gebruiken van de zonnepanelen anders dan voor de directe energievoorziening van het naastgelegen bedrijf.

3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1 Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of laten uitvoeren:
A.   het verharden van perceel- en/of kavelontsluitingswegen met een grotere breedte dan 4 m;
B.   het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 100 m²;
C.   het aanleggen van verharde en halfverharde paden;
D.   het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden over een oppervlakte groter dan 100 m², zodanig dat er een verschil in hoogte c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 0,3 m;
E.    het geheel of gedeeltelijk dempen van dobben, drinkpoelen en poelen;
F.    het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik.

3.4.2 Uitzonderingen op vergunningplicht
Het bepaalde in lid 3.4.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden, die:
A.   het normale onderhoud betreffen;
B.   reeds in uitvoering of vergund zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
C.   noodzakelijk zijn voor het aansluiten van bouwwerken op het net van openbare nutsvoorzieningen.

3.4.3 Criterium
De in lid 3.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
A.   de landschappelijke en/of natuurwaarden van de gronden.

3.5 Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Functieverruiming / -beperking bestaande functie(s)
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van een functieverandering het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
A.   de specifieke bouwaanduiding 'Zonnepanelen' wordt verwijderd, mits:
1.         de zonnepanelen permanent buiten werking zijn gesteld, danwel zijn verwijderd.

3.5.2 Algemene criteria
Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in de lid 3.5.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheden, mits:
A.   er sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de bebouwing;
B.   de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
C.   hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
1.         het straat- en bebouwingsbeeld;
2.         de milieusituatie;
3.         de woonsituatie;
4.         de landschappelijke waarden;
5.         de cultuurhistorische waarden;
6.         de archeologische waarden;
7.         de natuurwaarden;
8.         de ontsluitingssituatie;
9.         de parkeersituatie;
10.      de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.


Artikel 24 Wonen - A1 (vrijstaande woningen)

24.1 Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Wonen - A1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a.     gebouwen en overkappingen ten behoeve van het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
waarbij, ter plaatse van de aanduiding “karakteristiek”, de bestaande karakteristieke hoofdvorm zoveel mogelijk in stand wordt gehouden;

met daaraan ondergeschikt:
b.    groenvoorzieningen;
c.     parkeervoorzieningen;
d.    speelvoorzieningen;
e.     wegen, straten en paden;
f.     water;
g.    openbare nutsvoorzieningen;

met de daarbij behorende:
h.    tuinen, erven en verhardingen;
i.      bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

24.2 Bouwregels
24.2.1 Bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak
Voor het bouwen van gebouwen binnen een bouwvlak gelden de volgende regels:
a.     het aantal woningen per bouwvlak zal ten hoogste één bedragen;
b.    de gebouwen zullen met ten minste 60% van de breedte van de voorgevel in de voorgevelrooilijn worden gebouwd;
c.     de goot- en bouwhoogte zal ten hoogste  9 m bedragen met dien verstande dat:
-         de goothoogte binnen een afstand van 3 m gerekend vanuit de voorgevelrooilijn, ten hoogste 4 m zal bedragen.

24.2.2 Bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak
a.     Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak gelden de volgende regels:
1.    de goot- en bouwhoogte van niet-vrijstaande gebouwen zal ten hoogste 9 m bedragen, met dien verstande dat:
a.     de goothoogte van gebouwen binnen een afstand van 3 m gerekend vanuit het verlengde van de voorgevelrooilijn, ten hoogste 3 m zal bedragen;
b.    de goothoogte van gebouwen binnen een afstand van 2 m gerekend vanuit de zijdelingse bouwperceelgrens, ten hoogste 3 m zal bedragen;
2.    de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand gebouw zal ten hoogste 3 respectievelijk 6 m zal bedragen;
3.    de bouwhoogte van overkappingen zal ten hoogste 3,5 m bedragen;
4.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen per bouwperceel zal ten hoogste 30% van de oppervlakte van het "hiem", met een maximum van 100 m², bedragen;
5.    de oppervlakte van een vrijstaand gebouw zal ten hoogste 60 m² bedragen.
b.    In afwijking van het gestelde in lid 24.2.2. onder 1. mogen bestaande gebouwen met een grotere oppervlakte dan genoemd onder sub 4. en 5. worden hersteld, verbouwd of vervangen, mits:
1.    de goot- en bouwhoogte van niet-vrijstaande gebouwen ten hoogste 9 m zal bedragen, met dien verstande dat:
a.     de goothoogte van gebouwen binnen een afstand van 3 m gerekend vanuit het verlengde van de voorgevelrooilijn, ten hoogste 3 m zal bedragen;|
b.    de goothoogte van gebouwen binnen een afstand van 2 m gerekend vanuit de zijdelingse bouwperceelgrens, ten hoogste 3 m zal bedragen;
tenzij de bestaande bouw- en goothoogte meer bedraagt, in welk geval de bouw- en goothoogte ten hoogste de bestaande hoogte mag bedragen;
2.    de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand gebouw ten hoogste 3 respectievelijk 6 m zal bedragen;
tenzij de bestaande bouw- en goothoogte meer bedraagt, in welk geval de bouw- en goothoogte ten hoogste de bestaande hoogte mag bedragen;
3.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen per bouwperceel ten hoogste 30% van de oppervlakte van het "hiem", met een maximum van 100 m², zal bedragen;

            tenzij de gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte mag bedragen;
4.    de oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten hoogste 60 m² zal bedragen;

tenzij de oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte mag bedragen;
5.    het aantal vrijstaande gebouwen niet wordt vergroot.

24.2.3 Bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van de in lid 24.1 onder i. genoemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a.     de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn ten hoogste 1 m zal bedragen;
b.    de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen, met dien verstande dat:
1.    de bouwhoogte van masten, niet zijnde antennemasten, en palen ten hoogste 10 m zal bedragen;
2.    de bouwhoogte van antennemasten ten hoogste 15 m zal bedragen.

24.3 Afwijking van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a.     lid 24.2.2 onder a. sub 4 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen per bouwperceel ten hoogste 150 m² zal bedragen, mits die gezamenlijk oppervlakte van gebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 30% van de oppervlakte van het "hiem";
b.     lid 24.2.2 onder a. sub 5 en toestaan dat de oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten hoogste 100  m² zal bedragen.

24.3.1 Algemene criteria afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan toepassing geven aan de in lid 24.3 bedoelde mogelijkheden tot afwijking van bouwregels indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan
1.    het straat- en bebouwingsbeeld;
2.    de milieusituatie;
3.    de woonsituatie;
4.    de landschappelijke waarden;
5.    de cultuurhistorische waarden;
6.    de archeologische waarden;
7.    de natuurwaarden;
8.    de verkeersveiligheid;
9.    de ontsluitingssituatie;
10. de parkeersituatie;
11. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

24.4 Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik strijdig met de bestemming,  wordt in ieder geval gerekend:
a.     het gebruik van vrijstaande gebouwen buiten het bouwvlak als zelfstandige woning;
b.    het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;
c.     het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van bedrijfsdoeleinden;
d.    het gebruik van de gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
e.     het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een beroeps- of   bedrijfs­activiteit aan huis, zodanig dat de beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte meer bedraagt dan
-         30% van de totale gezamenlijke begane vloeroppervlakte van de aanwezige bebouwing op het bouwperceel, of
-         50 m².

24.5 Wijzigingsbevoegdheid 
24.5.1 Wijzigen
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen in die zin dat:
a.     de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) ‘Wonen – A2’. ‘Wonen – A3’ en/of ‘Tuin’;
b.    de bestemming wordt gewijzigd in de bestemming(en) 'Wonen - B1', 'Wonen - B2' en/of 'Wonen - B3' mits:
1.    de oppervlakte van het bouwvlak ten minste 250m² bedraagt;
2.    de te bouwen tweede woning in overeenstemming is met het vigerende gemeentelijk en provinciaal woningbouwbeleid met in achtneming van de aanwezige, juridisch geregelde woningbouwcapaciteit in Noardburgum;
3.    de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde;
4.    het parkeren ten behoeve van de woningen op eigen erf plaatsvindt;
5.    de woning op adequate wijze wordt ontsloten;
c.     de ligging van een aangegeven bouwvlak wordt gewijzigd, mits:
1.    de oppervlakte van het bouwvlak niet  groter wordt dan ten hoogste 150 m²;
2.    de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde;
d.    de oppervlakte van een aangegeven bouwvlak in combinatie met de oppervlakte van gebouwen en overkappingen buiten een bouwvlak wordt vergroot, mits:
1.    de oppervlakte van het bouwvlak ten hoogste 25% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een maximum van 400m²;
2.    het bebouwingspercentage van het erf ten hoogste 30% zal bedragen met een maximum van 300m²
3.    de oppervlakte van een vrijstaand gebouw ten hoogste van 10% van de oppervlakte van het bouwperceel zal bedragen, met een maximum van 250m²;
4.    de afstand ten opzichte van de zijdelingse bouwperceelgrens ten minste 3 meter zal bedragen;
5.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de stedenbouwkundige uitgangspunten van het gebied, waarbij met name rekening wordt gehouden met de structuur en het karakter van de omgeving (dorpskern, dorpsuitlopers of landelijk gebied) en de oppervlakte, de ligging en de afmetingen van de gebouwen op de aangrenzende bouwpercelen;
6.    de geluidsbelasting van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere waarde;
e.     de aanduiding "karakteristiek" wordt aangebracht, indien door verbeterwerkzaamheden dan wel door veranderende inzichten een niet als karakteristiek aangeduid gebouw (weer) karakteristiek wordt;
f.     de aanduiding "karakteristiek" geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, mits:
1.    de karakteristieke hoofdvorm niet langer aanwezig is en niet zonder ingrijpende wijzigingen aan het gebouw kan worden hersteld;
2.    de karakteristieke hoofdvorm in zijn geheel redelijkerwijs niet te handhaven is in relatie tot de functie die het gebouw moet of uitsluitend nog kan vervullen.

24.5.2 Algemene criteria
Burgemeester en wethouders kunnen toepassing geven aan de in lid 24.5.1 bedoelde wijzigingsbevoegdheden indien hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
1.    het straat- en bebouwingsbeeld;
2.    de milieusituatie;
3.    de woonsituatie;
4.    de landschappelijke waarden;
5.    de cultuurhistorische waarden;
6.    de archeologische waarden;
7.    de natuurwaarden;
8.    de verkeersveiligheid;
9.    de ontsluitingssituatie;
10.  de parkeersituatie;
11.  de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 

Funda
Verkoop 8,8
Aankoop 9,5
Beoordelingen bekijken
62 Google-reviews: 4,7/5
  • Meer dan 30 jaar ervaring
  • Duidelijke afspraken
  • Persoonlijk betrokken
  • Compleet ontzorgd
  • In heldere taal